Het kabinet heeft op 5 oktober de aangepaste Wet internationalisering in balans (WIB) in internetconsultatie gebracht. De Vereniging Hogescholen (VH), Universiteiten van Nederland (UNL) en minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) hebben eerder dit jaar bestuurlijke afspraken gemaakt over internationale studenten. Daarmee zijn bestaande afspraken over zelfregie binnen het hoger onderwijs verankerd en voortgezet. Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen: ”Het is positief dat de zelfregieaanpak van hogescholen wordt erkend en dat de toets anderstalig onderwijs vervalt. De voorgestelde wijzigingen in de wet gaan we de komende periode zorgvuldig bestuderen. Daarbij kijken we nadrukkelijk naar de uitvoerbaarheid voor hogescholen en de effecten voor studenten, instellingen en werkgevers. Via de internetconsultatie zullen we waar nodig verbetervoorstellen meegeven. De inzet is dat internationale studenten zoveel mogelijk bijdragen aan de Nederlandse arbeidsmarkt."
Aanpassing Wet internationalisering in Balans
Met de nota van wijziging die het kabinet vandaag heeft gepubliceerd, kiest het voor een aangepaste koers rond internationalisering. De eerder voorgestelde toets anderstalig onderwijs vervalt. Via de internetconsultatie zal de vereniging waar nodig suggesties doen om het wetsvoorstel verder te verbeteren en te zorgen voor een werkbare uitwerking voor studenten, instellingen en werkgevers.
Balans bewaken tussen kansen en uitdagingen van internationalisering
Hogescholen maakten eerder onderling bindende afspraken om de instroom van internationale studenten beter te sturen en te beheersen. Deze afspraken hebben inmiddels ook een basis gekregen in de bestuurlijke afspraken met het ministerie. Hogescholen, universiteiten en minister spreken af gezamenlijk de balans tussen de kansen en uitdagingen van internationalisering te blijven bewaken. Daarbij blijft de inzet gericht op gerichte internationalisering en het aantrekken van talent voor sectoren waar Nederland grote structurele tekorten kent, zoals techniek.
Blijven investeren in de binding met Nederland
Onderdeel van de afspraken is dat onderwijsinstellingen blijven investeren in de binding van internationale studenten met Nederland. Dat gebeurt onder meer via onderwijs in de Nederlandse taal en een goede voorbereiding op de overstap naar de arbeidsmarkt.
In een aantal sectoren en in veel regio’s is er een specifieke behoefte aan talent om bijvoorbeeld tekorten op arbeidsmarkt op te vangen. Internationale studenten kunnen hier mogelijk in voorzien en zo de Nederlandse economie en de maatschappij van nut zijn. Hogescholen willen de bijdrage van afgestudeerde buitenlandse studenten aan de arbeidsmarkt nog groter maken door te gaan werken aan taaltrainingen en aan het verhogen van de blijfkans. Op die manier kan internationaal talent ook na afstuderen bijdragen aan maatschappelijke opgaven en economische ontwikkeling in Nederland. De bestuurlijke afspraken en de aangepaste wet passen binnen de bredere Talentstrategie van het kabinet. Die moet ervoor zorgen dat Nederland ook in de toekomst kan beschikken over voldoende talent in sectoren die essentieel zijn voor onze welvaart en concurrentiekracht.